Hoeveel moeders, van tussen de 50 en 75, zien hun, of een, kind dagelijks? Uit het onderzoek van Zin Magazine blijkt: 26 %. Dat lijkt veel, maar wellicht moeten we het beeld van een overbezorgde mama die elke dag bij haar uitwonende volwassen dochter of zoon voor de deur staat – met een Tupperware kippensoep – inruilen voor de fenomenen van de steeds later barende vrouw en van het steeds langer thuiswonende kind. Die kan immers geen studentenkamer meer betalen. De Elastieken Generatie verder ontrafeld.

De echtgenote van de auteur werd in 2018 50, onze kinderen waren toen 12 en 14. Die blijven nog wel evenDe schoonvader van de auteur werd dit jaar 82, de schoonmoeder 74. Allebei kerngezond, mede met dank aan twee nieuwe heupen, twee elektrische fietsen, een Peugeot met hoge instap, een gelijkvloers appartement met lift, en een pensioen dat bij elkaar opgeteld al 49 jaar duurt. De moeder is 77 en vloog laatst op en neer naar Bretagne, om met haar beste vriendin (78) in zee te zwemmen. Meestal rijden ze erheen, overigens. Als ze allemaal zo doorgaan, kunnen ze minstens een achterkleinkind op schoot houden.

Van binnen naar buiten

Kortom: het feit dat we oud worden en jong blijven, betekent ook dat er meer, of weer meer ruimte komt voor het ‘wij’. Maar het wij is meer dan ons gezinnetje. In die periode ben je even een tijd ‘binnen’: gericht op het goed grootbrengen van de kroost, op geborgenheid en veiligheid. Banden met broers en zussen – en zeker familie in de derde graad– doen er even wat minder toe. Vrienden ook. 

Maar hebben je kinderen je minder nodig, dan worden de familiebanden aangehaald. Neven en nichten komen weer in beeld, al is het maar omdat we steeds vaker naar begrafenissen van ooms en tantes moeten. En daar elkaar beloftes doen over mekaar weer vaker zien. Je gaat weer naar ‘buiten’ – overigens vooral voor andersoortige belevingen (carrière, reizen, cultuur, scholing).

Veel 50+’ers (vooral de vrouwen) zien zich genoodzaakt een deel van de zorg voor hun ouders op zich te nemen. Die kunnen tegenwoordig maar zo richting de negentig jaar gaan, en we zijn er lang niet allemaal gerust op dat ze – thuis of in een tehuis – de beste zorg krijgen. 37 % procent van de vrouwen van 50plus zien hun ouders, of een van hun ouders wekelijks. En een kwart van de vrouwen verricht mantelzorg.

De relatie verandert

Dat kan de relatie met je ouders veranderen. Soms wordt die hechter, rijker, maar bij sommigen slaat de irritatie toe: jij deed vroeger niks voor mij en nu moet ik wel voor jou zorgen. En natuurlijk de stress: en een baan, en zelf kinderen, en je ouders – waar blijf jezelf? En hoe lang duurt het?  Uit onderzoek van het SCP blijkt dat de combinatie werk en mantelzorg leidt tot een lagere kwaliteit van leven.

Kunstenaar Ans Markus nam zich voor haar moeder elke dag te bezoeken, toen die op 91-jarige leeftijd naar een verzorgingstehuis ging. Antje Markus werd 101 jaar.

Het overlijden van ouders is ook zo’n kantelpunt dat tot toenadering maar ook tot verwijdering kan leiden. De loyaliteit aan je familie heeft iets onvoorwaardelijks. Van je broers en zussen kun je dan soms meer hebben dan van je eigen partner. Of er komt juist oud zeer omhoog, lang verborgen onder de mantel der familiare liefde. In de praktijk zorgen grote, dramatische levensgebeurtenissen er meestal voor dat wat samen was, weer samen komt. Dat je allemaal weer weet waar het echt om draait.\

Het overlijden van ouders is ook zo’n kantelpunt dat tot toenadering maar ook tot verwijdering kan leiden

Al die tijd wordt de verouderende vrouw steeds meer de spil, of het oog van de orkaan: moeder blijft ze tot in het diepst van haar genen, het oma-zijn komt er als bonus bij, de dochterrol kán ze niet afleggen, nichten en neven melden zich weer en ze kan gelukkig uitpuffen bij haar vriendinnen. Die dezelfde lasten en lusten hebben, maar in het delen daarvan elkaar bekrachtigen en bemoedigen.

Zorgen en regelen

En dan vergeten we bijna een ander gevolg van het steeds langer wordende leven. De zorg voor je dementerende partner. Dat kan maar zo een 24/7 baan zijn, en een behoorlijk intensieve, als beiden nog thuis wonen. En jawel, 70% van deze groep zorgenden is vrouw.

Die extra jaren die we erbij krijgen zijn dus niet de gezondste jaren. Dat betekent niet automatisch dat kinderen actief moeten mantelzorgen. Veel ouderen houden de regie graag in eigen hand, willen autonoom blijven, al is het maar om het onvermijdelijke voor zich uit te schuiven. Maar er komt hoe dan ook een periode dat de volwassen zonen en dochters – als de relatie goed is – zaken moeten of willen regelen voor hun ouders. Met name op financieel gebied, zoals bankrekeningen, verzekeringen, vastgoed, pensioenvoorzieningen, waarde-overdacht en dergelijke.

Het proces waarin de kinderen het initiatief van de ouders overnemen, de rollen als het ware omdraaien, is niet altijd een makkelijk proces. Het kan de autonomie en waardigheid van de ouders raken, het kan leiden tot stress binnen de eigen relatie, het kan iedereen slapeloze nachten bezorgen. En je weet van tevoren niet of je wel op dankbaarheid kan rekenen.

Het oma-genot

Tot zover de zorgen. Dat we maar jong blijven en oud worden, betekent ook dat we veel meer grootouder kunnen zijn. Al krijgen onze kinderen steeds later kinderen.  Zo’n 80 procent van de Nederlandse grootouders past weleens op de kleinkinderen en ongeveer een derde van de opa’s en oma’s doet dat minimaal wekelijks.

Niemand kijkt in de 21e eeuw nog op van opa’s en oma’s die de week verdelen in werk- en zorgdagen. Grootouders moeten vandaag de dag vaak genoeg bijspringen, nu in de meeste gezinnen beide ouders werken, en het aantal eenoudergezinnen blijft toenemen. En met effect, want wetenschappelijk onderzoek toont aan dat betrokken grootouders leiden tot gelukkiger kleinkinderen. En omgekeerd: kleinkinderen houden grootouders gezond. In het NRC Handelsblad konden we een verhaal lezen over grootmoeder Germa Klaassen die regelmatig op en neer naar München vliegt om op te passen. ‘Vanwege de klimaatimpact stapt ze „altijd wel met pijn in de buik” het vliegtuig in. Maar ja, „we zien niet hoe we het anders moeten doen.”

Niemand kijkt in de 21e eeuw nog op van opa’s en oma’s die de week verdelen in werk- en zorgdagen

Deze ontwikkelingen leiden er samen toe dat het ‘nucleaire gezin’ – ouders en hun kinderen – terrein verliest ten opzichte van het multigeneratie-gezin. Waar oma’s en opa’s de huissleutel hebben, op woensdagmiddag op het schoolplein staan, eens in de week koken, en in de vakanties ook een weekje voor hun rekening nemen. Iedereen blij – vieze luiers of niet.

Oma’s hebben in dit geheel weer een net andere rol dan opa’s, al loopt dat met de jaren steeds meer naar elkaar toe. Waar mannen vaak tot hun pensioen fulltime werkten en werken, namen vrouwen in de laatste werkende jaren meestal al meer tijd voor zichzelf. En voor hun naasten. Als ze niet altijd al part-time werkten. [i] De verbinding met kinderen (vaak de dochters) en kleinkinderen zal bij de oma’s dan ook vaak instrumenteler zijn dan bij de opa’s. Al is het maar door de wekelijkse of zelfs dagelijks telefoon-updates hoe het met de kleine is.

Als we het hebben over het WIJ, voor wat betreft de Elastieken Generatie, dan komen dus vanzelf de woorden zorgen, verbinden en regelen omhoog.

[i] Te zien is dat in 206 in de leeftijdscategorie 55-65 van de mannen 76% en van de vrouwen 21% voltijds werkt

 

Lees verder over de Elastieken Generatie :

Auteur: Nathan Vos Creative & Communications Officer bij New Skool Media, daarvoor hoofdredacteur van Zin Magazine.   Mmv Geke Braakman.

Meer weten over het Elastieken Generatie- onderzoek? Mail Nathan

Reacties gesloten